In de concentratie op het wezenlijke en de essentie van het leven zet Bram van Velde in zijn schilderkunst een romantische traditie voort die reeds leefde in de noordelijke expressionistische schilderkunst, met Munch en Van Gogh als grote voorbeelden.
Zijn kunst ontwikkelde zich van het individuele naar het elementaire in een steeds verdergaande abstractie met uiteindelijk het oog als enig nog figuratief te duiden element. De romantische, dramatische spanning is zo typerend voor het werk van Bram van Velde dat zijn kunst daarmee vervreemdde van het Parijse lyrisch abstracte schilderen. Er is alleen een uiterlijke overeenkomst in de schoonheid van de kleuren, maar die `belle peinture' is bij de noordelijke schilder die de romantiek voortzet, geen opzet.
De Franse schilderkunst is eerder gericht op schoonheid, terwijl zo'n streven bij Bram van Velde afwezig is. In het werk wordt een innerlijke visie tot uitdrukking gebracht. Het streeft een onmogelijkheid na: de grenzen te overschrijden, waardoor het drama er wel is maar tegelijk een bevrijding vindt in de overheersend aanwezige heldere kleuren.