Charlotte van der Gaag (1923) is een geboren en getogen Hagenese en ze praat met het springerige Haagse accent waarin elke zin met een huppel in de hoogte eindigt. Haar jeugd bracht ze gedeeltelijk in een weeshuis en bij haar tante door. "M'n ouders hadden het te druk voor een kindje. M'n vader was modeontwerper en m'n moeder zat in het hotelbedrijf. Toen ik een jaar of vijf was hebben ze m´n broer, die op een internaat in België zat, laten komen om voor me zorgen. Hij was tien jaar ouder. Hij bracht me naar school. Later, toen m'´n ouders gingen scheiden was hij echt een vaderfiguur." Toen ze een jaar of twintig was, ontmoette ze haar eerste"man", (Lotti is nooit getrouwd geweest), de schilder Bram Bogart. Het was Bram Bogart die haar aanzette tot beeldhouwen.
Lotti van der Gaag was de bescheidenheid zelve (´Ik kleide maar wat aan´) maar uiterst ambitieus. Ze meldde zich aan voor de Vrije academie, moest in allerijl honderdvijftig beeldjes maken, en werd aangenomen. Les kreeg ze daar van Livinus van der Bundt. Livinus zei toen: "Je moet je niet generen, ook al maak je drie neuzen of vijf handen". Als dat mag, dacht Lotti, dan gaan we 'm effetjes van Jetje geven. Ze maakte een beeld met twee neuzen en een paar ogen en een vrouw met borsten en een pik.
Roger Arts